Veilig laden

 

 

Mode 1

 

 

Mode 1 was het laden via een standaard 230 volt stopcontact (wisselstroom).

Bij deze laadmethode ontbreekt communicatie en daarmee veiligheid, daarom wordt deze methode niet meer gebruikt en zelfs ten strengste afgeraden.

 

 

Mode 2

 

 

Mode 2 laden gaat meestal via een standaard 230 volt stopcontact of via een eenvoudige laadpaal thuis (wisselstroom).

De aan de kabel ingebouwde sturing/controle (ICCB: In-Cable Control Box)fungeert als mobiele veiligheidsvoorziening en regelt het laadvermogen. In de praktijk is het maximale laadvermogen vaak 2,3 kW (1- fase, 10A).

 

 

Mode 3

 

 

Mode 3 is het laden via een laadstation.

Er vindt communicatie plaats tussen het laadpunt en het voertuig over het juiste vermogen (wisselstroom). Publieke mode 3 laadstations kunnen overwegend laden met 11kW, 22kW of soms zelfs 43kW

Bij mode 1 t/m 3 wordt altijd geladen via een in de auto aanwezige omvormer (van wisselstroom uit het elektriciteitsnet naar gelijkstroom voor de batterij) en wordt het laadproces door de auto zelf bepaald. Het vermogen van de omvormer bepaalt hoeveel van het beschikbare laadvermogen uit het laadstation daadwerkelijk kan worden benut.

 

 

Mode 4

 

 

Mode 4 is het laden met gelijkstroom en wordt met name toegepast voor snelladen.